Friday, March 28, 2008
Friday, September 23, 2005
ACHTTIENDE-EEUWSE OPERATIE
__________________________________________________________
Tijdens de periode 1676 tot 1761 werd het schoutambt in Blaricum uitgeoefend door de familie Duurkant. Liefst vijf verschillende personen van die naam, volgden elkaar op. Hun handtekeningen zijn terug te vinden in de Oud-Rechtelijke archieven. Op hun naam na, is er in deze akten niets persoonlijks over deze schouten bekend. In de aantekeningen van de bekende notaris Perk, staat echter een kort verslag over é é n van hen. Het betreft hierSchout Aaron G. Duurkant, wiens been werd afgezet.
Hieronder volgt het verslag. (1)
Donderdag den 27e April 1719 ‘s namiddags é é n uur, werd het regter been afgezet van Aaron G. Duurkant, Schout van Blaricum, door Dinter van Bereselen, hebbende hij een jaar tevoren een gezwel gekregen, dat in kanker overging.
Op raad van Doctor Clement van Hilversum werd voorz heer van Bereselen van Amsterdam ontboden, die met Dr. Clement en eenen Mr. Thomas Kraan, die Chirurgijn te Hilversum was geweest, raadgepleegd hebbende, tot afzetting besloot. Men knielde eerst neder en Gerard Ploos, Predikant te Blaricum, deed een gebed, terwijl alles gereed werd gemaakt.
“Soo quam den roomschen papa van Blaricum, genaamt den Ruyter veele troostelijke woorden aan den Schout laate spreken”.
De patiënt hield zich zeer hartig. Het been werd voort in een kistje gedaan en door Mr. Cornelis Adriaansz Koster, in des Schouts graf gebragt.
Den 27e Aug. 1719 deed de Schout op een houten been zijn kerkgang.
_________________
De aantekening van A. Perk eindigt met de kerkgang. Uit de Oud-Rechtelijke akten blijkt, dat Aaron Duurkant vanaf 17 april tot 12 juni geen akten heeft ondertekend. De allerlaatste akte (2) waarin hij voorkomt is gedateerd 13 januari 1721. Uit de “Impost op Begraven” blijkt, dat hij omstreeks 27 januari 1721 is overleden, dus anderhalf jaar na zijn “operatie”. (3)
_____________________________________________________
Noten.
1. Historische aantekeningen, anekdoten, Gooiland en omstreken betreffende. RAH Collectie Perk. Inv. Nr. 1
Door Perk (ingekort en zonder bronvermelding) overgenomen van Lambert Rijksz Lustigh.
2. Inventaris der Oud-Rechtelijke en Weeskamer archieven. Streekarchief Hilversum. Oud-Recht Blaricum nr. 3254 fol. 87.
3. Impost (belasting) op begraven, Blaricum. Streekarchief Hilversum.
Opmerking FdG:
In 1992 was ik niet op de hoogte van het ’Lustigh’ artikel in TVE jrg. 3. Daarin schreef Dr. A.J. Kö lker over “ Een achttiende-eeuwse beenamputatie”.
Verder heb ik later een transcriptie gemaakt van de folio bladen 167 en 168 van de Kroniek van Lustigh.
______________________________
HISTORISCHE KRING BLARICUM MEI 1992
F.J.J. de Gooijer
_________________________________________________
KRONIEK LUSTIGH NAARDEN
RIJKSARCHIEF NOORDHOLLAND RAH 167, 168
Anno 1719 den 278 april op donderdagh namiddagh ontrent ten een uer doen wert Aaron Duerkant, schout tot Blaricum, door den heer medicus van Borsselen sijn regter been ontrent drie vingerbreet beneden sijn knie afgeset.
Deze voornoemde Schout hadde ontrent een Jaar te voeren onder het holle van sijn voet een sweer geswel gekregen, daar over meesters gingen van ons dorp Huijsen: Lucas de Swart met sijn zoon Klaas de Swart, die niet en vorderden, maar eijndelijk bevonden dat het voorz. sweer geswel, dat ontrent soo groot als een perchschuts was, de kancker was, waarom hij resolveerde om het zelve te laten uijtsnijden, 't welck bij een meester van Amsterdam gedaan wiert, dogh dat geluckte niet wel.
Hierom de voorz. meesters van Huijsen wederom aen 't meesteren gingen ende den tijt van 21 weeken gemeestert hebbende, bevonden wederom dat het niet en beterde, maar van dage tot dage met groote pijn arger wordende, ende de wonde swaarlijck beginnende te stincken, soo wierde den voorz. schout sijne huysvrouw ende kinderen en hare vrienden, en ook de voorz. meesters met hem seer verlegen, waarom sij alle, ende met meester doctoer Clement van Hilversum te rade wierden om de voorz. Mr. van Borselen van Amsterdam, hebbende in Huwelijk een dogter van Mr. Pieter, aldaar te ontbieden de welcke ook op den voorz. 27 april quam en met sigh sigh brengende eenen Mr. Thomas Kraan, een out man van tseventig jaren, hebbende voortijts meester tot Hilversum geweest.
Ende ten dage voorz., soo quamen noch veel meer meesters daarbij soo van Naarden, als van onze Goysche dorpen om nu de zaken van 't afsetten te sien. ende nadat Mr. van Borsselen met Mr. Thomas en met Mr. Clement 't samenraat gehouden hadden wegens het gevaar waar in den voornoemden pacient was, soo vonden sij goet, om met wille en begeerte van voorz. pacient sijn vrouw, kinderen en nabestaande vrienden ende met de aanroepinge van Gods naam sijn been af te setten. Hier op soo knielde men voor den Hoogen Godt en quam Gerard Ploos, predikant van Blaricum, eens kragtige voorbiddinge te doen ende terwijl de snaren bij de voornoemden Mr. van Borsselen wierden gespannen en wel onderbonden, soo quam den roomschen papa van Blaricum genaamt den Ruijter veele troostelijke woorden aen den schout toe te spreken.
Ende na dat alles wat tot het afsetten dient bij van Borsselen gereet was, soo nam de voorz. van Borsselen een krom mes, ende sneed daar mede ontrent drie vingeren breet beneden sijn knie het vel en vleesch rontom sijn been af. En doen nam hij een fijn stalen zaagje en zaagje (lees zaagde) met korte sneejets voorsigtigh het been af. Ende terwijl dit geschiede, soo bloede de wond weijnigh en den voorz. pacient kermde terwijl dit geschiede wel wat, gelijk men dencken kan, maar hij houde hem geheel hertigh. Ende soude het in 't zagen noch minder zeer gedaan hebben, indien de pezen met het mes wat beter afgesneden waren geweest. Voorts verbonde de voorz. medicus sijn knie zubiet, en wel goet. Ja voort wiert den pacient sijn afgesette been in een kleijn kisje gedaan en den koster van Blaricum Mr. Cornelis Adriaens, die bragt hetselve been in 't kisje in de kerck in den Schoutengraft.
Den voorz. schout A.G. Duijrkant was juist 42 Jaren out doen sijn been afgeset wierde. Voorts loefde en danckte men Godt voor de geluckige cencure. De eerste nagt hadde hij wat pijn, kon niet wel slapen. Op den derden dagh
begon de wonde te stincken, een goed teken. Voorts gaat het van tijt tot tijt
seer wel met hem ende is jegenwoordigh den 25 Julij 1719 genoegsaam genesen, sal haast op een houten been gaan.
In de marge:
Anno 1719 op Sondagh voormiddagh den 27 augustus doen gingh Aaron Gerrits Duijrkant op een houten been in de Blaricummer kerck te kercken ende onse domene Sprenger juijst daar na predikende, die quam voor de schout een hartelijke dancksegginge te doen, want het was den voorz. schout sijn eerste maal na het afsetten van sijn been.
________________________________________________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
_______________________________________
Tijdens de periode 1676 tot 1761 werd het schoutambt in Blaricum uitgeoefend door de familie Duurkant. Liefst vijf verschillende personen van die naam, volgden elkaar op. Hun handtekeningen zijn terug te vinden in de Oud-Rechtelijke archieven. Op hun naam na, is er in deze akten niets persoonlijks over deze schouten bekend. In de aantekeningen van de bekende notaris Perk, staat echter een kort verslag over é é n van hen. Het betreft hierSchout Aaron G. Duurkant, wiens been werd afgezet.
Hieronder volgt het verslag. (1)
Donderdag den 27e April 1719 ‘s namiddags é é n uur, werd het regter been afgezet van Aaron G. Duurkant, Schout van Blaricum, door Dinter van Bereselen, hebbende hij een jaar tevoren een gezwel gekregen, dat in kanker overging.
Op raad van Doctor Clement van Hilversum werd voorz heer van Bereselen van Amsterdam ontboden, die met Dr. Clement en eenen Mr. Thomas Kraan, die Chirurgijn te Hilversum was geweest, raadgepleegd hebbende, tot afzetting besloot. Men knielde eerst neder en Gerard Ploos, Predikant te Blaricum, deed een gebed, terwijl alles gereed werd gemaakt.
“Soo quam den roomschen papa van Blaricum, genaamt den Ruyter veele troostelijke woorden aan den Schout laate spreken”.
De patiënt hield zich zeer hartig. Het been werd voort in een kistje gedaan en door Mr. Cornelis Adriaansz Koster, in des Schouts graf gebragt.
Den 27e Aug. 1719 deed de Schout op een houten been zijn kerkgang.
_________________
De aantekening van A. Perk eindigt met de kerkgang. Uit de Oud-Rechtelijke akten blijkt, dat Aaron Duurkant vanaf 17 april tot 12 juni geen akten heeft ondertekend. De allerlaatste akte (2) waarin hij voorkomt is gedateerd 13 januari 1721. Uit de “Impost op Begraven” blijkt, dat hij omstreeks 27 januari 1721 is overleden, dus anderhalf jaar na zijn “operatie”. (3)
_____________________________________________________
Noten.
1. Historische aantekeningen, anekdoten, Gooiland en omstreken betreffende. RAH Collectie Perk. Inv. Nr. 1
Door Perk (ingekort en zonder bronvermelding) overgenomen van Lambert Rijksz Lustigh.
2. Inventaris der Oud-Rechtelijke en Weeskamer archieven. Streekarchief Hilversum. Oud-Recht Blaricum nr. 3254 fol. 87.
3. Impost (belasting) op begraven, Blaricum. Streekarchief Hilversum.
Opmerking FdG:
In 1992 was ik niet op de hoogte van het ’Lustigh’ artikel in TVE jrg. 3. Daarin schreef Dr. A.J. Kö lker over “ Een achttiende-eeuwse beenamputatie”.
Verder heb ik later een transcriptie gemaakt van de folio bladen 167 en 168 van de Kroniek van Lustigh.
______________________________
HISTORISCHE KRING BLARICUM MEI 1992
F.J.J. de Gooijer
_________________________________________________
KRONIEK LUSTIGH NAARDEN
RIJKSARCHIEF NOORDHOLLAND RAH 167, 168
Anno 1719 den 278 april op donderdagh namiddagh ontrent ten een uer doen wert Aaron Duerkant, schout tot Blaricum, door den heer medicus van Borsselen sijn regter been ontrent drie vingerbreet beneden sijn knie afgeset.
Deze voornoemde Schout hadde ontrent een Jaar te voeren onder het holle van sijn voet een sweer geswel gekregen, daar over meesters gingen van ons dorp Huijsen: Lucas de Swart met sijn zoon Klaas de Swart, die niet en vorderden, maar eijndelijk bevonden dat het voorz. sweer geswel, dat ontrent soo groot als een perchschuts was, de kancker was, waarom hij resolveerde om het zelve te laten uijtsnijden, 't welck bij een meester van Amsterdam gedaan wiert, dogh dat geluckte niet wel.
Hierom de voorz. meesters van Huijsen wederom aen 't meesteren gingen ende den tijt van 21 weeken gemeestert hebbende, bevonden wederom dat het niet en beterde, maar van dage tot dage met groote pijn arger wordende, ende de wonde swaarlijck beginnende te stincken, soo wierde den voorz. schout sijne huysvrouw ende kinderen en hare vrienden, en ook de voorz. meesters met hem seer verlegen, waarom sij alle, ende met meester doctoer Clement van Hilversum te rade wierden om de voorz. Mr. van Borselen van Amsterdam, hebbende in Huwelijk een dogter van Mr. Pieter, aldaar te ontbieden de welcke ook op den voorz. 27 april quam en met sigh sigh brengende eenen Mr. Thomas Kraan, een out man van tseventig jaren, hebbende voortijts meester tot Hilversum geweest.
Ende ten dage voorz., soo quamen noch veel meer meesters daarbij soo van Naarden, als van onze Goysche dorpen om nu de zaken van 't afsetten te sien. ende nadat Mr. van Borsselen met Mr. Thomas en met Mr. Clement 't samenraat gehouden hadden wegens het gevaar waar in den voornoemden pacient was, soo vonden sij goet, om met wille en begeerte van voorz. pacient sijn vrouw, kinderen en nabestaande vrienden ende met de aanroepinge van Gods naam sijn been af te setten. Hier op soo knielde men voor den Hoogen Godt en quam Gerard Ploos, predikant van Blaricum, eens kragtige voorbiddinge te doen ende terwijl de snaren bij de voornoemden Mr. van Borsselen wierden gespannen en wel onderbonden, soo quam den roomschen papa van Blaricum genaamt den Ruijter veele troostelijke woorden aen den schout toe te spreken.
Ende na dat alles wat tot het afsetten dient bij van Borsselen gereet was, soo nam de voorz. van Borsselen een krom mes, ende sneed daar mede ontrent drie vingeren breet beneden sijn knie het vel en vleesch rontom sijn been af. En doen nam hij een fijn stalen zaagje en zaagje (lees zaagde) met korte sneejets voorsigtigh het been af. Ende terwijl dit geschiede, soo bloede de wond weijnigh en den voorz. pacient kermde terwijl dit geschiede wel wat, gelijk men dencken kan, maar hij houde hem geheel hertigh. Ende soude het in 't zagen noch minder zeer gedaan hebben, indien de pezen met het mes wat beter afgesneden waren geweest. Voorts verbonde de voorz. medicus sijn knie zubiet, en wel goet. Ja voort wiert den pacient sijn afgesette been in een kleijn kisje gedaan en den koster van Blaricum Mr. Cornelis Adriaens, die bragt hetselve been in 't kisje in de kerck in den Schoutengraft.
Den voorz. schout A.G. Duijrkant was juist 42 Jaren out doen sijn been afgeset wierde. Voorts loefde en danckte men Godt voor de geluckige cencure. De eerste nagt hadde hij wat pijn, kon niet wel slapen. Op den derden dagh
begon de wonde te stincken, een goed teken. Voorts gaat het van tijt tot tijt
seer wel met hem ende is jegenwoordigh den 25 Julij 1719 genoegsaam genesen, sal haast op een houten been gaan.
In de marge:
Anno 1719 op Sondagh voormiddagh den 27 augustus doen gingh Aaron Gerrits Duijrkant op een houten been in de Blaricummer kerck te kercken ende onse domene Sprenger juijst daar na predikende, die quam voor de schout een hartelijke dancksegginge te doen, want het was den voorz. schout sijn eerste maal na het afsetten van sijn been.
________________________________________________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
_______________________________________

